Ik ben die vrouw in de techniek.

Toen ik in 1965 direct van de middelbare school (HBS-B) bij Philips Computer Industrie in Apeldoorn ging werken als “programmeur”, was ik lang niet de enige vrouw.
Mijn opleiding kreeg ik intern bij Philips, want een ICT-opleiding bestond nog niet. Immers: “Alles moest nog worden uitgevonden”. En dat was ook meteen de charme van dit beroep. Logisch nadenken en openstaan voor alle nieuwe zaken en methodes waren eigenlijk de enige vereisten.
In die periode heb ik dan totaal geen verschil gemerkt in waardering ten opzichte van mijn manlijke collega’s. Ik kreeg hetzelfde salaris(!), promotie-kansen etc. als mijn manlijke collega’s.
Ik heb met veel plezier gewerkt in een team waar we assemblers en compilers maakten voor de Philips computers.
Tot ik een aantal jaren later kinderen kreeg……Werkende moeders, dat kon niet in die jaren, om over kinderopvang maar te zwijgen.
Ik nam ontslag en vertelde er voor de grap bij, dat ik terug zou komen als ik mijn eigen kleine computertje had.
17 jaar later werd ik herintreder, weer bij Philips nu in Eindhoven. En thuis hadden we inmiddels een PC.
Het werk op zich bleek in die jaren nauwelijks veranderd; papier en potlood waren weliswaar vervangen door een beeldscherm en de technieken wat uitgebreider, maar de logica was het zelfde gebleven!
Bovendien was mijn echtgenoot altijd in de ICT werkzaam gebleven, wat het bijblijven vergemakkelijkte.
Wat er wel veranderd was: Nauwelijks nog vrouwelijke collega’s, waardering van gebruikers van de applicatie waar ik aan werkte bestond af en toe uit: “Kunt u me doorverbinden met…”, of “is die of die er niet..”. Gelukkig bleken de meeste van mijn mannelijke collega’s niet behept met vooroordelen ten opzichte van vrouwen in de techniek (of ze raakten er aan gewend).
Of mijn salaris hetzelfde was, als dat van mijn manlijke collega’s kan ik niet beoordelen; ook al omdat een “gap” van 17 jaar een vergelijking moeilijk maakt.
Hoe kon dit gebeuren? Geen vooruitgang voor de vrouwen, maar dus eerder een achteruitgang!
Aan de werkzaamheden kan het niet liggen, die zijn immers hetzelfde gebleven; aan de opleidingen ook niet; er zijn juist meer mogelijkheden gekomen.
Kwam het omdat computers algemener werden in de samenleving en het vak “programmeren” een bepaalde status kreeg, waardoor het interessanter werd voor mannen? In ieder geval waren er steeds meer mannen werkzaam in de ICT en verhoudingsgewijs steeds minder vrouwen.
Even kort door de bocht: Naar mijn mening werd o.a. de ICT-wereld een soort “apenrots” met vooral (witte) mannen aan de top. En dan ontstaat vanzelf vaak een sfeer van “koninkrijkjes” met de bijbehorende “ratrace”; een sfeer waarin de meeste vrouwen niet goed tot hun recht komen.
Is het nog steeds de angst van Nederlandse mannen, dat vrouwen hun banen zullen inpikken? Andere landen in Europa kennen sinds de tweede wereldoorlog immers een langere geschiedenis van werkende vrouwen. Wat dat betreft beleven we hier misschien (hopelijk) een inhaalslag.
Of het een goed idee is van de TU/e om de volgende 150 vacatures door vrouwen in te laten vullen?
Misschien is het een noodzakelijke, tijdelijke, oplossing met als vervelende bijwerking de “excuus-Truus”.
Totdat de tijd is aangebroken dat mensen worden beoordeeld op hun talenten in plaats van op hun uiterlijke kenmerken……

Een reactie

  • Rien Valk

    Bedenkt voor je bijdrage Wilma! Doe je tegenwoordig nog veel met computers, programmeer je nog wel eens iets voor jezelf of familieleden?

    Kun jij je vinden in de bijdrage van Gouddelver https://www.dsenieuws.nl/weinig-doordacht/ aangaande de “geschiktheid” van vrouwen voor de techniek?
    Waar hij in het tweede deel van zijn bijdrage onder andere schrijft: “Aan dit plan TU-plan ligt ook een dubieuze – mijns inziens onjuiste – veronderstelling ten grondslag, namelijk dat vrouwen evenzeer in technische wetenschappen en werkzaamheden geïnteresseerd zijn als mannen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *