Was Philips in 1896 al bekend bij de Commissaris der Koningin?

Het oude Philips fabriekje – Foto: Rien Valk

Het in 1891 opgerichte Philips sprak in die tijd kennelijk nog niet tot de verbeelding. De vroede vaderen van Eindhoven vonden het toen niet belangrijk genoeg om het onder de aandacht van de commissaris der koningin te brengen, getuige de reisnotities van mr. Arthur E.J. baron van Voorst tot Voorst, Commissaris der Koningin in Noord-Brabant van 1894-1928. Echt heel leuk om die notities door te lezen en te zien wat hij van de huidige Brainport regio en de rest van Brabant vond. Nadat hij Helmond op 14 december 1895 bezocht had, vereerde hij Eindhoven op 15 februari 1896 met zijn aanwezigheid. Was de Helmondse nijverheid rond die tijd belangrijker en groter dan de Eindhovense? Het lijkt er wel op, er gingen toen ook veel Eindhovenaren naar de Helmondse Burgerschool. (HBS?) Lees hieronder zijn notities. We lezen graag jullie reacties.

Zaterdag, den 15den Februari 1896 bezocht ik Eindhoven;
te 9 uur uit Den Bosch vertrokken, kwam ik te 10 uur aldaar aan; aan het station werd ik ontvangen door den Burgemeester (Mr. Smits); met diens equipage reden we naar het gemeentehuis. In den gang werden we ontvangen door de beide wethouders en den secretaris. Eerst werd de secretarie en daarna het kantoor van den gemeente-ontvanger bezichtigd; alles zag er netjes uit en droeg de sporen van accuratesse en ordelijkheid. Vervolgens zagen we het verdere gemeentehuis, en hoorde ik nog klachten, over het feit, dat het Rijk de oude archieven had weggehaald en naar Den Bosch vervoerd.In de raadszaal wachtte de geheele gemeenteraad mij op.

Het raadhuis waarin de raadszaal door burgemeester Smits op zijn kosten was gemeubileerd – Fotograaf onbekend

De zaal is keurig netjes in orde; ***de oude Burgemeester Smits deed zulks op zijne kosten; nadat hij reeds vroeger het geheele tractement, dat hij ooit van de gemeente genoten had, rente op rente gerekend, aan de gemeente had teruggegeven, meubileerde hij, toen hij als burgemeester aftrad, de raadszaal. Om half twaalf gaf ik audiëntie; 16 vereenigingen en 17 bijzondere personen maakten daarvan gebruik. Eerst om half twee was de audiëntie afgeloopen.Met den burgemeester ging ik toen de groote kerk zien, en ging ik daarna naar diens woning (hij woont ten huize zijner ouders). Omstreeks half drie bood de geheele Raad mij een lunch aan (op eigen kosten van de Heeren); als souvenir aan mijn bezoek kreeg ik “de geschiedenis van Eindhoven door Houben” in twee deelen, met eene keurige opdracht in den vorm eener penteekening, vervaardigd door een kastelein. Na het dejeuner reed ik met den burgemeester en de beide wethouders naar de sigarenfabriek der firma Mignot en de Blocq. Deze firma werkt met een personeel van ± 375 menschen, waarvan zeker 300 vrouwen. Eene vrouw moest mij met een speech een kistje sigaren geven, maar kon het niet verder brengen dan: “Mijnheer de Commissaris der Koningin”. Vervolgens bracht ik nog een bezoek aan de fabriek der Vereenigde Nederlandsche lucifersfabrikanten; ik werd daar ontvangen door de directeuren, de Heeren Weijers en Kuenen. Zeer interessant om te zien. Om 5 uur verliet ik Eindhoven en was ik om 6 uur te ’s Bosch terug.

***Eindhoven had toen wel een hele gulle burgemeester, toch?

Uit het provinciaal verslag van 1898
Eindhoven. Over gebrek aan belangstelling in het openbaar onderwijs, speciaal in het onderwijs in de nuttige handwerken, klaagt de districtsschoolopziener te Eindhoven , Hoofdstuk VI bl. 88.Hotel de Wildeman | Voorheen de Gouden Leeuw | J.A. Jonkhans

 

Over het eerdere bezoek in Helmond was het volgende te lezen:
Zaterdag, den 21sten December 1895 bezocht ik de gemeente Helmond.
Te 9 uur van Den Bosch vertrokken, kwam ik om 10.17 in Helmond aan, en werd aldaar aan het station opgewacht door den burgemeester (Van Hoeck), de wethouders (Behrings en Stevens) en den secretaris(Dijkhoff). In een rijtuig van het Eerste-Kamerlid H. Prinzen reed ik met den burgemeester en de twee wethouders naar het gemeentehuis.

Pas in 1923 werd het Helmondse kasteel tot raadhuis verbouwd – Foto: Rien Valk

Nauwelijks aldaar aangekomen, kwam eene harmonie op de markt een concert geven; doordat het juist marktdag was, trok deze uitvoering zeer veel menschen.Met den burgemeester en de beide wethouders besprak ik de verschillende gemeente-aangelegenheden tot het oogenblik (half twaalf) dat mijne audientie begon. Aldaar verschenen de leden van den gemeenteraad; de leden van de Kamer van Koophandel; de Commissie van toezicht op het onderwijs; Prinzen, lid der 1ste Kamer; Coovels, Pistorius, Raymakers, leden der Provinciale Staten; drie kapelaans (de pastoor was ziek); Van Lakerveld (predikant); Dr. Steijns, directeur van de 3-jarige burgerschool en arrondissementsschoolopziener; Van Delden, griffier van het kantongerecht; eenige belasting-ambtenaren enz.De burgerschool te Helmond bloeit, vooral doordat er zooveel jongelui van buiten (voornamelijk uit Eindhoven) op school gaan. Na de audientie ging ik even eene visite maken bij Mevrouw Prinzen; Mijnh. en Mevr. Prinzen waren zoo beleefd geweest mij ten eten te vragen; voor die invitatie had ik echter bedankt. Daarna (ruim half twee) zou er een lunch op het gemeentehuis gegeven worden; om 2¼ moest ik midden onder tafel opstaan, omdat er geen tijd meer was; ik had nog zoo goed als niets gegeten, doordat er zoo langzaam bediend werd. Achtereenvolgens bezocht ik nu verschillende fabrieken, en wel

1e. de katoendrukkerij van de firma P.F. van Vlissingen en Co. Ik werd door den Heer v. Vlissingen (tevens raadslid) rondgeleid. Prachtige fabriek; tweemaal afgebrand; steeds beter ingericht.
2e. de Koninklijke Nederlandsche Machinefabriek; daar was juist de kap voor het nieuwe station te ’s Bosch onderhanden; de directeur (de heer Begeman) had de attentie mijn naam te laten gieten, terwijl ik daar was.
3e.de Turksch-roodververij van Karel Raijmakers (het Statenlid) en diens drie broers; het garen (7) wordt daar geverfd en dan verzonden. Zij krijgen hun garen uit Manchester. In ons geheele land zijn slechts vijf fabrieken voor Turksch-roodververij, nl. 1 te Haarlem, 1 te Leiden en 3 te Helmond. De fabriek van Raijmakers (er zitten 4 gebroeders Raijmakers in) is de oudste.De fabrikanten roemen ten zeerste de goede gezindheid van het werkvolk. De geestelijkheid en de burgemeester beklagen er zich over, dat de socialisten propaganda trachten te maken, en wekelijks meer exemplaren van “de Volkstribuun” verkoopen dan gewenscht is. Vooral des winters is er in Helmond volop werk voor het werkvolk, omdat de industrie vooral bestaat uit het weven of verven van katoenen stoffen; de handel vraagt die in het voorjaar; in den winter moet een en ander dus bereid worden. Zulks in tegenstelling met Tilburg, waar de industrie wollen goederen vervaardigt; die moeten des zomers vervaardigd worden, om in het najaar op de markt te komen. Des middags om 4.24 verliet ik Helmond en was ik te 5.32 te ’s Bosch terug.
Den 14 December 1899 A. nr. 10, 2de afd. 3de bureau zag ik mij verplicht, den burgemeester van Helmond formeel te berispen, over de wijze, waarop in Helmond gewerkt wordt aan de secretarie, ten gevolge waarvan Gedep. Stat. een onaangenamen brief kregen van drie leden van den Raad – tevens leden der Prov. Staten – zich noemende Commissie voor de finantien uit den Raad van Helmond.

 

Deze en andere notities zijn terug te vinden in de pdf van het  BHIC  https://www.bhic.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *