GEDICHT Verbindingen

Verbindingen

Verwaaiende mist
versluierde het uitzicht
toen wij kinderloos
richting Malpie Heide liepen,
onder een oktoberzon boven de vennen,
de hemel blauwig, de Dommel nog een beek
tussen varens in rappe penseelstroken.
Samenhangende natuur in verbindingen,
zo veel, zo vol, zo alles allemaal.

Toen ons ongeboren meisje stierf,
die zomer, die dromer van drie maanden
die ons nooit zou leren kennen,
bleef haar afwezigheid tastbaar,
dat stille zilvervisje met nog open ogen.
Ik wilde ons daar op de heide
troosten, en praten over de natuurwet,
de statistiek die toen leerde
dat ook het allerdierbaarste
kan en zal worden verwoest,
buiten onze wil. We zwegen,
taal ontoereikend.

Aan de trappist op het terras
van de Venbergse watermolen
keken we naar de kabbelende rivier
tussen terugkerende kano’s in gebroken
impasto zonlicht over lakenwitte zwanen.
Geen twee golven even groot,
geen twee dezelfde vorm,
dezelfde natuurwet in werking.
Niet elk ei in een nest draagt leven.

Ik wilde mijn bestaan niet haten,
niet bang zijn. Wat onzegbaar bleef
tussen ons verkilde als mist.
Leven en dood,
schoonheid en verschrikking
zijn zo innig verweven
dat zelfs de liefde kan falen.
Ik heb ook dat toen niet gezegd.
We moesten sprinten om de bus te halen,
naar de stad, naar ons werk.

Het kwam door de overvloed,
de overdaad van deze planeet,
het onnodige dat ons omspoelt.
Brekende golven, wiskunde, statistiek,
zo veel, zo vol, zo alles allemaal,
het gloeit in ons na tot het dooft.
Het dagelijkse neemt weer over
en we leven verder.

Poëzie in Eindhoven
Zondag 21 oktober 14:00 Open Poëziepodium, S-Plaza, in combinatie met Dutch Design Week

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *