De paradox van het anti-zwarte-pieten-protest

De tegenstanders van Zwarte Piet verdedigen hun protest met het argument dat deze figuur een symbool is van een racistische mentaliteit, die zwarte mensen discrimineert en achterstelt. Dat zou betekenen dat de voorstanders eigenlijk op Zwarte Piet neerzien en hem als een minderwaardig individu beschouwen.

Sinds 1951 is Sint Nicolaas vereniging Tongelre actief – Foto: Rien Valk

Nu zijn er inderdaad in onze samenleving individuen waar door velen op neergezien wordt en die in feite verafschuwd worden. Denk maar aan moordenaars, verkrachters, geweldlegers, kinderlokkers en -misbruikers, oplichters, pooiers en mensenhandelaars, drugsdealers enzovoort.

Maar Zwarte Pieten en zwarte mensen in het algemeen horen daar niet bij, net zo min als Chinezen, obers, loketbedienden, receptionisten, boerenknechten en taxichauffeurs. Dat zijn weliswaar meestal geen machtige figuren die maatschappelijk veel in de melk te brokkelen hebben, maar zij worden niet bij voorbaat geminacht. Ook dienende mensen worden in Nederland beschouwd als eerzame burgers met een normale, te respecteren status.
Natuurlijk, er zijn blanken die op gekleurde mensen neerzien en hen soms, ook zonder reden, voor Zwarte Piet uitschelden. Maar zij vertegenwoordigen niet de norm, niet de meerderheid. Die heeft respect voor ieder mens, mits hij zich fatsoenlijk gedraagt.
Zwarte Piet is in de ogen van zijn aanhangers zelfs een bijzonder te waarderen figuur, een vrolijke en gezellige kindervriend, die vol grappen en grollen zit. Hij is geen slaaf en ziet er ook niet als een slaaf uit. Hij is ook niet haveloos gekleed. Integendeel, hij draagt meestal een leuk, kleurig kostuum, bepaald niet armoedig. Hij kijkt ook niet ongelukkig of droevig, maar straalt doorgaans van geluk en welbevinden. En ja, Piet is wel een knecht, maar ook onder blanken zijn velen knecht. Knecht zijn beschouwen wij niet als minderwaardig of verachtelijk.
En dat de knecht van Sinterklaas zwart is heeft twee redenen. Ten eerste een psychologische: het maakt hem sprookjesachtig. Ten tweede een praktische: het maakt hem onherkenbaar. Kinderen kunnen – en grote mensen willen – niet zien dat Zwarte Piet een vermomde volwassene uit hun omgeving is. Daarom kunnen Roetveegpieten hem moeilijk vervangen; je ziet dan gemakkelijk dat het de buurvrouw is die danst en pepernoten uitdeelt.
Net als de goede Sint zelf is Piet een fantastisch persoon uit een sprookjesachtige buitenwereld. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn voor kinderen allebei levende verrassingen, waar dagenlang naar uitgezien en nachtenlang van gedroomd wordt. En door volwassenen wordt Zwarte Piet niet als minderwaardig beschouwd, integendeel, hij is geliefd, wordt bewonderd, geïmiteerd en soms haast aanbeden. Niemand die zich met Zwarte Piet vereenzelvigt hoeft zich voor hem of zijn eigen huidskleur te schamen.
Het is paradoxaal, een bewonderde en geliefde figuur te willen afschaffen. Protesten tegen Zwarte Piet worden dan ook door velen ervaren als pogingen tot inbreuk en afbraak van een geliefde sprookjeswereld. Een sprookje moet je niet afbreken, maar koesteren. Vooral voor kinderen zijn wij daar zuinig op.

395total visits,8visits today

7 comments

  • Daní Leenhouwers

    Zoals het misschien al opvalt deel ik mijn achternaam met Bob, voor mij beter bekend als papa.
    Ik zit zo’n 2,500 km verder op, maar via via krijg ik dit toch mee.

    Ik heb zelf op een basisschool gezeten waar ik alleen met 2/3 andere kinderen 100% Nederlands was (in hoe verre iemand nog 100% Nederlands kan zijn. Ik denk en hoop dat we allemaal wel iets multicultureels in ons bloed hebben). De rest van de kids kwamen van verschillende culturen, wat ik overigens écht het aller leukste vond/vind van de wereld.

    Waar ga ik nu heen met dit stukje…? Laat ik het zo zeggen dat mijn vriendinnen en ik het er toen al over hadden, wel op een andere niveau, maar toch. We vonden het niet helemaal kloppen, maar genoten overigens wel ontzettend van dit mooie feest.

    Ik vind dat als een grote groep zich gediscrimineerd voelt er van alle kanten belletjes moeten gaan rinkelen. Uiteindelijk is het een kinderfeest, de kinderen maakt het echt niets uit(ik sta vaak voor de klas, kan dit dus ook redelijk inschatten). Als het de kinderen niet uit maakt en je een redelijk grote groep er gelukkig mee kan maken, snap ik oprecht niet dat er zo veel mensen boos om zijn. Uiteindelijk zijn we met zijn alle “Nederlanders”, moeten we het feest met zijn alle kunnen vieren en moet iedereen zich goed voelen.

    Dit is althans hoe ik het zie!

  • Gouddelver

    Uit het leven gegrepen

    Ook mij sprak het betoog van Bob Leenhouwers zeer aan. Het was uit een rijk Zwarte-Pieten-leven gegrepen en bracht nuances aan in de zwart-wit-discussie die de laatste jaren gaande is.
    Op één punt lijkt er sprake te zijn geweest van een misverstand. Mijn commentator schrijft namelijk: ‘Ik geloof niet dat er iemand stelt dat Piet racistisch zou zijn.’ Daar heeft hij gelijk in: ook ik beweerde niet dat Zwarte Piet racistisch is. Het ligt precies andersom: zoals ik in het begin van mijn betoog schreef, worden juist zijn aanhangers van een racistische mentaliteit verdacht.
    En daar zit hem ook precies de pijn: iemand verdenken van een racistische mentaliteit is een beschuldiging. In feite werden en worden blanken die aan de figuur van Zwarte Piet gehecht zijn in de beklaagdenbank gezet. De beschuldiging heeft kwaad bloed gezet. In feite lokt ze ook een tegenreactie uit, die ik voorzichtigheidshalve maar in vraagvorm zal formuleren: drukt het anti-zwartepieten-activisme niet een zekere mate van ongegronde ontevredenheid en verongelijktheid uit?

    Intussen moeten we inderdaad wel proberen de gemoederen tot bedaren te brengen. Dus ik zal me ook niet opwinden over de komst van gele, groene, blauwe, rode, oranje en misschien zelfs paarse pieten. Onherkenbaarheid zal waarschijnlijk wel noodzakelijk blijven, en dat geldt niet alleen voor de knechten maar ook voor de sint zelf. Ook die kan dus misschien wel zijn huidskleur veranderen, maar niet zomaar zijn alles verhullende baard afleggen. Trouwens, moet hij niet in zijn uitmonstering zijn traditionele, al dan niet kerkelijke waardigheid bewaren die zijn profane concurrent van eind december al lang verloren of zelfs nooit bezeten heeft?

  • Rien Valk

    Prachtig zo genuanceerd als Bob het onderbouwd met persoonlijke ervaringen. Jammer dat in ons land en in Eindhoven de relschoppers zoveel aandacht krijgen. Ik heb lange tijd een beetje tussen Bob en Gouddelver in “gehangen” Maar eigenlijk is er maar een valide argument voor een totale schmink kleur, de herkenbaarheid. Kunnen we in plaats van te kissebissen gezamenlijk een kleur afspreken voor mijn part blauw, zodat bruine en zwarte kinderen niet het risico lopen nagezongen te worden? Ik heb overigens ooit ervaren in Gana hoe het is om een witte uitzondering te zijn en ik kan me die zwarte kleintjes voorstellen in de klas uit het verhaal van Bob met overwegend witte kinderen. Voor een beter begrip wat discriminatie aangaat is het boek van Michelle Obama “Becoming” een goede Eye opener. Zie onze boekbesprekingen in het kader van: https://www.dsenieuws.nl/zeven-dagen-zeven-boeken/

  • Nico van Galen Last

    Fantastisch geschreven Bob. Het zou de Nederlanders sieren (voor en tegenstanders) elkaar weer te vinden en er echt weer een kinderfeest van maken……en dat kan mijn inziens niet meer in deze tijd , met alleen zwarte pieten …

  • Bob Leenhouwers

    De stelling waarmee dit stuk opent luidt : “De tegenstanders van Zwarte Piet verdedigen hun protest met het argument dat deze figuur een symbool is van een racistische mentaliteit, die zwarte mensen discrimineert en achterstelt.” Ik denk dat het maar de vraag is of alle tegenstanders van de gitzwarte/egaal donkerbruine Piet het zelf zo zouden formuleren. Zelf heb ik minimaal 25 keer in Piet’s hoedanigheid basisscholen, waterleidingbedrijven, autogarages en diverse sportverenigingen bezocht en ik was zwart of bruin en wel volledig. De eerste paar keer speelde ik de rol met verve en vol overtuiging, het was in het buitengebied van 040-land. In 1990 was een school in Tongelre aan de beurt. De kleuters waren daar in die tijd allang niet meer Delfts-blauw zonder blauw. Ik liep die periode stage in een hogere groep en ook daarin zat een mengelmoes aan kleuren, culturen, achtergrond en gezinsinkomen. Het was in die kleuterklas dat ik mij als ‘echte’ zwarte Piet voor het eerst de vraag stelde of het allemaal wel klopte. Eén kleuter deed niet voor mijn tijdelijke kleur onder en ook zijn krullen hadden zó uit de rekken van ‘t Snabbeltje kunnen zijn getrokken. Eén van de andere kinderen zag de overeenkomsten en maakte een opmerking over de gelijkenis. Niet veel later kwam er een wat zeurderig ‘liedje’ op gang: ‘… is zwarte Piehiet, … is zwarte Piehiet!’. Het werd de kop ingedrukt door de juf en ook ik gaf, als Piet in functie, aan dat dit niet de bedoeling was. Het was voor dat ene kind geen feestelijke ochtend. Ik heb het daarna nog een paar keer meegemaakt en leuk vond ik het nooit. Een niet-zwarte Piet was destijds ondenkbaar en dus deed ik voort, net als mijn collega-Pieten.

    Ik geloof niet dat er iemand stelt dat Piet racistisch zou zijn. Dan zou hij zijn eigen kleur als de betere propageren, Sint een dominant uitgevallen slimkees en problemen maken van het witte paard. Zwarte Piet doet dat niet. Maar hoe je de figuur Zwarte Piet ook bekijkt, hij is een ondergeschikte van de goedheilig man die naast goed en heilig ook nog hagelwit is. Dat uitsluitend donkere lieden werkzaam zijn in Sint’s inpak- en bezorgdienst is voor heel de wereld lastig los te koppelen van het gelijkheidsprincipe waarop moderne democratieën trachten er het beste van te maken. In de huidige Nederlandse maatschappij belijden we met de mond vaak dat we iedereen als gelijke zien en we geven die overtuiging ook door aan onze jonge kinderen. Je kunt haast geen basisschoolvisie vinden waar een dergelijk uitgangspunt ontbreekt. Waarom moeten we dan wel perse het fenomeen handhaven van een witte chef en een zwarte knecht? Voor mij is dat geen must.

    Historisch gezien is het zwarte karakter wat resulteerde in Zwarte Piet wat mij betreft alleen met de bril van nu te duiden. Met andere woorden, in de oorsprong waren de hulpfiguren zwart door heel andere oorzaken dan de geografische komaf. Daar is goed onderzoek naar gedaan en dient wat mij betreft ook niet ter discussie te staan. De manier waarop we in de vorige eeuw Zwarte Piet hebben uitgedost (elk decennium overigens weer anders) maakt dat het haast onlogisch is om géén link te leggen met ons slavernijverleden. De Piet die ik als kleuter tegenkwam had een roede, een zak, vuurrode lippen, oorringen en sprak met een Surimaams accent. Dat laatste werd me duidelijk omdat we dat jaar (1975) een Surinaamse medeleerling hadden mogen verwelkomen in onze klas. De Zwarte Pieten van die tijd werden ook vaak zo gespeeld dat ze bepaald niet de slimsten waren en dat werd ook regelmatig door de toenmalige Sint van dienst: “Wat ben je toch weer een domme Piet, Krabbedoelie! Vinden jullie niet, kinderen?” Waarop wij natuurlijk volmondig “Jaaaa!” riepen. Ik kan het niet ontkennen, ik vond de Sinterklaastijd heerlijk en al wat ik hierboven schreef, deerde mij in het geheel niet. Toen niet.

    Tegenwoordig valt me het hele jaar door regelmatig op dat de gepropageerde gelijkheid in ons land op veel fronten ver te zoeken is. Rijk versus arm, niet alleen in financieel opzicht maar ook wat betreft sociale ontwikkeling. De discussie over de kleur van een knecht en van diens baas wordt in ons land maar één keer per jaar gevoerd. Ik denk ook dat het daarom er zo fel aan toe gaat: één keer per jaar komt aan de oppervlakte wat we de rest van het jaar niet lijken te zien en al helemaal niet willen bespreken. De ongelijkheid is er namelijk niet en waar die wel aanwezig lijkt, is dat geheel toe te wijzen aan het feit dat de onderliggende partij haar kansen niet heeft gegrepen. Dat laatste is de vraag; het zou ook een stoplap kunnen zijn, want de gehele geschiedenis zou je met dat uitgangspunt kunnen ontdoen van boosdoeners.

    De vraag is of je een sprookje verprutst voor kinderen die het sprookje op een iets andere wijze voorgeschoteld krijgen. Mijn drie tieners zouden het volgens mij ook met een roetveegpiet, een groene piet of een bleekpiet allemaal wel okee gevonden hebben. We zouden er als volk trots op mogen zijn als we een dergelijke aanpassing voor elkaar voor elkaar krijgen. En dat dubbelopje is geen tikfout. Het zou toch mooi zijn als voor- en tegenstanders van de zwarte Piet straks het feest grootser en vrolijker kunnen vieren dan dat de laatste 10 jaar gebeurt. Dat is winst voor alle Nederlanders en zeker voor alle gelovigen. Bovendien kunnen we ons dan weer allemaal gaan verbazen over de niet bepaald oer-Hollandse Kerstman die in steeds prominentere hoedanigheid in Nederland het leven zuur maakt van de gevierde Sint en Pieten.

  • Jozef van Kessel

    Tja, jammer dat DSE hier geen tegenstanders van Zwarte Piet toestaat, en alleen maar voorstanders. Dat is wel iets anders dan de door u geschetste paradox. Die bestaat kennelijk alleen in uw hoofd. Sterkte daarmee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *